Vier dingen waarop het schuurt
Werkstijl is hoe je je werkdag het liefst inricht. Vaak draait het om vier dingen: solo of samen (werk je het liefst alleen met af en toe contact, of met mensen om je heen?), structuur of vrijheid (heb je heldere kaders nodig of vul je het liever zelf in?), tempo en variatie (bloei je op bij afwisseling of juist bij diepgang in één onderwerp?) en het type contact dat je werk vraagt. Geen van deze voorkeuren is beter dan de andere. Ze verschillen alleen per mens — en soms botsen ze met de baan waarin je zit.
Wat een mismatch subtiel kost
Een mismatch met je werkstijl voelt zelden als één duidelijk probleem. Je doet je werk vaak gewoon prima. Maar aan het einde van de dag ben je leger dan je zou verwachten, en het kost meer moeite om terug te schakelen. Dat is niet altijd een kwestie van werkdruk in de gewone zin — de hoeveelheid werk kan normaal zijn. Het is de continue kleine aanpassing die je doet om te functioneren in een ritme dat niet helemaal het jouwe is. Door dat te benoemen, krijgt het een naam in plaats van een vaag gevoel.
Je werkstijl mag verschuiven
Wat je werkstijl bruikbaar maakt om bij stil te staan: hij ligt niet vast. Wat in een eerdere fase fijn werkte — veel schakelen, veel contact, hoog tempo — kan later juist gaan kosten. Dat is geen achteruitgang, maar een verschuiving. De valkuil is dat je in een baan blijft die paste bij je vorige werkstijl, niet bij je huidige. Even stilstaan bij hoe je nú het liefst werkt, laat zien of er ruimte zit tussen wat je doet en wat bij je past.