Waar je goed in bent — in woorden
De competentie-testen kijken naar wat je kunt en hoe je dat inzet. De ene test verkent je natuurlijke talenten: dingen die je moeiteloos afgaan en die je daardoor makkelijk onderschat. Een andere helpt je benoemen welke vaardigheden je eigenlijk allemaal in huis hebt, ook de stille die je vanzelfsprekend vindt. Weer een andere zoekt naar je kernkracht: de rode draad die in heel verschillende situaties terugkomt. Samen geven ze taal aan iets dat vaak vaag blijft.
Geen rapportcijfer, wel een spiegel
Deze testen meten niet of je 'goed genoeg' bent en geven geen score die je met anderen kunt vergelijken. Ze spiegelen je eigen antwoorden terug in een persoonlijk rapport, zodat je scherper ziet waar je van waarde bent. Een uitkomst die klopt voelt meestal als herkenning; wat niet past, mag je naast je neerleggen. Het is een vertrekpunt om over na te denken, geen oordeel over wie je bent.
Wanneer ze passen
Deze testen passen als je het lastig vindt om in woorden te vatten waar je sterk in bent — bijvoorbeeld voor een sollicitatie, een jaargesprek of gewoon voor jezelf. Ook handig als je het gevoel hebt dat je iets goed kunt, maar er je vinger niet op krijgt, of als je vermoedt dat je meer in huis hebt dan je nu gebruikt. Jij bepaalt zelf wat je vervolgens met die taal doet.